Visie op de cartelwerking
 
4 + 1: Een psychoanalytische werkvorm.
 

Lacans herlezing van Freuds massapsychologie ?

 
Vier plus één, vier en één ten optelle, aldus heeft Jacques Lacan uiteindelijk de werkvorm gedacht en geformaliseerd als hoeksteen van zijn psychoanalytische school, waarvan de voornaamste functie bestaat in de overdracht en uitwerking van de Freudo-Lacaniaanse theorie. Overdracht van de theorie in functie van een permanente vorming van clinici, uitwerking van de theorie teneinde de grenzen van het psychoanalytisch veld te verleggen, teneinde nieuwe vraagstukken gestreng vanuit het psychoanalytisch perspectief te benaderen.

Zo geformuleerd, kan men opmerken dat de vernoemde doelstellingen, hoewel pertinent, dan toch niet het prerogatief zijn van de Lacaniaanse school en haar diverse geledingen, noch van een psychoanalytische vereniging überhaupt. Het is waarschijnlijk dat men gelijkaardige doelstellingen vooropstelt in heel wat andere verenigingen.

Wat er ook van zij, met het voorzien van het cartel, met die enigmatische (4 + 1)-formule, heeft Lacan gepoogd om zijn school psychoanalytisch te gronden, dat wil zeggen dat hij gepoogd heeft een werkstructuur te ontwerpen en op punt te stellen, die de analytische effecten maximaal zou waarborgen, ook op het niveau van de groep, binnen de school.

Vooraleer nader in te gaan op het cartel als werkvorm, stippen we toch aan dat Lacan met deze betrachting niet de eerste is geweest. Het is bekend dat Freud zelf, bij het schrijven van zijn onvolprezen boek over Massapsychologie en Ik-analyse, in de eerste plaats de internationale psychoanalytische vereniging voor ogen had. " L'analyste n'est pas le seul analyste. Il fait partie d'un groupe, d'une masse, au sense propre qu'a ce terme dans l'article de Freud, Massenpsychologie und Ich-Analyse. Ce n'est pas une pure rencontre si le thème en est abordé par Freud au moment où il y a déjà une société des analystes. [...] Cela est attesté — il n'est que d'ouvrir le Jones à la bonne page pour s'apercevoir qu'au moment même où Freud amenait au jour cette thématique, nommément elle figure dans Massenpsychologie und Ich-Analyse, il pensait alors à l'organisation de la société analytique."

Met het euvel eigen aan groepen had Freud nochtans sinds lange tijd kennis gemaakt. In de winter 1885-1886, met name in de Salpêtrière werd hem de klinische eenheid van de hysterie voorgehouden, eenheid die evenwel vooral functie was van de daar heersende groepsmechanismen. Omstreeks 1888, in het werk van Bernheim, werd Freud er opnieuw mee geconfronteerd. Te Nancy, in het instituut waar Bernheim werkzaam was, onderstutte de identificatie een decenium lang de ijdele hoop op blijvende therapeutische effecten via de directe suggestie. Het duurde evenwel tot 1921, met de publikatie van Massenpsycholgie en Ik-analyse, vooraleer Freud er ook een theoretische verklaring voor uitschreef. Wanneer hij in dit werk fulmineert tegen de effecten van massa-structuren zoals het leger en de kerk, dan adresseert hij zich evengoed aan de leden van het IPA, dat wil zeggen aan psychoanalytici die deel uitmaken van een massa en deel hebben aan de karakteristieke groepsmechanismen ervan (identificatie en hypnose).

Het is beslist niet te ver gezocht om het schema van Freud naast de formule van Lacan te leggen en ons af te vragen wat het verschil is tussen beide.



Freuds schema legt de vinger op de wonde, in die zin dat het een voorstelling betreft van de libidinale economie binnen een massa, economie zoals deze zich manifesteert in de onderlinge identificatie van individuen die "één en hetzelfde object in de plaats van hun Ik-ideaal hebben gesteld". Het is dit groepsmechanisme dat ons toelaat rekenschap te geven van bijvoorbeeld het conservatieve en confornisme binnen een bepaalde groep. Laatstgenoemde karakteristieken zijn, alles wel beschouwd, een sociologisch gegeven en men behoeft geen psychoanalyse om dergelijke fenomenen vast te stellen. Anders is het gesteld met de verklaring ervan. Daar draagt de psychonanalyse , met het identificatie-mechanisme, wel haar steentje bij.

De cartelformule (4+1) impliceert evengoeds Freuds verklaring van de massa-effecten, maar geeft vooral een manier aan om aan die massa -effecten te ontsnappen. Die scharnier is gelegen in de functie van de Plus-Un, van die enigmatische 'één ten optelle'.

Premièrement — Quatre se choisissent, pour poursuivre un travail qui doit avoir son produit. Je précise: produit propre à chacun, et non collectif.

Deuxièmement — La conjonction des quatre se fait autour d'un Plus-Un, qui, s'il quelconque doit être quelqu'un. A charge pour lui de veiller aux effets internes à l'entreprise, et d'en provoquer l'élaboration.

Vier kiezen elkaar en scharen zich rond een tekst, desgevallend een thema. Niet om tot een valse consensus te komen over wat Freud en/of Lacan nu werkelijk hebben gezegd of bedoeld, maar om de eigen duiding van een tekst te confronteren met deze van anderen. Als dusdanig vormt het cartel een werkzame tegenpool voor het passief absorberen van stukken weten zoals deze worden aangeboden in de traditionele onderwijsvormen van colleges, colloquia en voordrachten. Het in cartel uitspreken en verwoorden van hetgeen men denkt begrepen te hebben, vormt het adequaat oordeel teneinde greep te krijgen op een complexe theorie. Geheel coherent hiermee is de nadruk die Lacan legt op het individueel product. Dit kan uiteindelijk de vorm aannemen van een uitgescheven artikel of voordracht.

De vier verenigen zich tevens rond een Plus-Un. Zij kiezen zich alleminst een Meester als garant voor hun begrijpen of van wie zij onderwijs verwachten. De Plus-Un vertegenwoordigt veeleer een functie die erin bestaat erop toe te zien dat de lectuur haar voortgang kent, dat elke deelnemer aan een individueel product toekomt, die ervoor zorgt de dat imaginariteit wortelende rivaliteit doorprikt wordt. De Plus-Un dient dus niet zozeer vereenzelvigd te worden met de vijfde deelnemer, die overigens aan het cartel kan meewerken zoals de vier anderen, maar is als idee aanwezig en kan ook verschuiven over alle deelnemers.

Nog beter verwoord: de functie van de Plus-Un verwijst naar de analytische positie van waaruit evengoed een groepsgebeuren kan beluisterd worden. Waarom zou voor het cartel niet hetzelfde gelden als voor een analyse waar "[...] de analyticus er immers voor moet waken dat de analyse niet opnieuw tot hypnose vervalt, [waar] hij moet zorgen dat het Ik-ideaal en het object niet op mekaar worden gekleefd. Waar hij uit de positie van de idealisatie wegvalt, geen ondersteuning is van het Ik-ideaal door de identificatie, daar kan hij als onderstutting dienen voor het afgescheiden object."

Troisièmement — Pour prévenir l'effet de colle, permutation doit se faire, au terme fixé d'un an, deux maximum.

Quatrièmement — Aucun progrès n'est à attendre, sinon d'une mise à ciel ouvert périodique des résultats comme des crises du travail.

Cinquièment — Le tirage au sort assurera le renouvellement régulier des repères crées aux fins de vectorialiser l'ensemble.

Binnen een analytische vereniging waarbinnen het werk centraal staat, kan in principe iedereen met iedereen samenwerken. Een mooi ideaal voorwaar, maar niet echt op de mens begrepen.

Waar de constitutie van de cartels niet op gang zouden komen, biedt de lotstrekking uitkomst.

Eenzelfde beweegreden motiveert de ontbinding en permutatie van de cartels na verloop van één of twee jaar. Ontbinding en permutatie, maar ook het geregeld aan het licht brengen van de werkresultaten en -crisissen — bv. ter gelegenheid van een intercarteldag — functioneren als een werkzame interpunctie en komen het statuut toe van analytische act.

Filip Geerardyn
 


 
 
end_page