Lezingencyclus GPP - Archief
 

LEZINGENCYCLUS van het
GEZELSCHAP VOOR PSYCHOANALYSE EN PSYCHOTHERAPIE

- Archief -

__________________________________________

2015-2016
AUTISME (EN PSYCHOSE?)

Kadering
Psychoanalyse en institutionele psychotherapie (IP) worden als behandeling voor autisme in twee belangrijke adviesorganen voor politici* afgeraden, met als belangrijkste argument het gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor hun effectiviteit.
Met het organiseren van deze lezingencyclus kiezen we ervoor clinici over hun werk te laten getuigen en zo de relevantie van deze ethiek en praktijk voor zich te laten spreken. We nodigen vier psychoanalytici uit : Mileen Janssens, Francis Turine, Freek Dhooghe en Marie-Christine Laznik.
In onze titel stellen we de betekenaar ‘autisme’ ten aanzien van ‘psychose’. Hiermee verwijzen we naar de verschillen in visie ten aanzien van beide betekenaars binnen de psychoanalyse zelf, maar eveneens naar de discrepantie tussen deze invullingen ervan binnen psychoanalyse en deze erbuiten, die van de DSM-V’ **.
We voorzien bij elke lezing een opwarmingsavond. Degenen die zich graag nog wat meer in het thema van de cyclus verdiepen, kunnen de avond vóór de lezing samen komen om een tekst (of vraag) die aansluit bij het onderwerp van de dag nadien, te bespreken en te bediscussiëren. Kwestie van de geesten al te prikkelen en een voedingsbodem te leggen voor de discussie met de spreker op zaterdag. De opwarmingsavonden starten vrijdag om 21u en sluiten af omstreeks 22u30.
* Rapporten van de Hoge Gezondheidsraad (HGR) en Federaal Kenniscentrum vr de Gezondheidszorg (KCE) zijn op internet te raadplegen / ** Zo werd de diagnose ‘kinderpsychose’ geschrapt en krijgen velen door de DSM een diagnose autisme, terwijl analytici hen veelal binnen de psychose zouden situeren.

Vier lezingen
* 14 november 2015
"Autisme en packing: een tip van de sluier gelicht"
Mileen Janssens i.s.m. Céline Lallié en Maud Ravary
Het dispositief van de ‘packing’ roept heden ten dage veel weerstand op: in België werd het reeds verschillende jaren verboden door het Riziv. In Frankrijk wordt de praktijk door de Haute Autorité de Santé sterk afgeraden, en in principe enkel in onderzoeksverband aanvaard. De spreeksters zijn binnen een dergelijk project van Pierre Delion (Rijsel) een aantal jaar aan het werk met een autistisch meisje, dat beproevend is voor haar omgeving (bijten, slaan,...). Ze delen met ons de vruchten maar ook de weerhaken van hun klinisch en theoretisch werk met het meisje en met elkaar, doorheen de jaren van de packing. We krijgen te horen hoe dit dispositief hen prikkelt in het verdiepen van hun kijk op autisme. Dat packing veel meer is dan het inwikkelen van een mens in (vochtige) doeken, behoeft na deze namiddag geen betoog meer. De lezing verloopt in het Nederlands en het Frans.
* 27 februari 2016
"Village dans l'hôpital, aussi pour les autistes"
Francis Turine en Pascaline Etienne
Francis Turine werkte jarenlang als directeur in les Goélands, een psychiatrisch ziekenhuis voor autistische of psychotische kinderen en jongeren te Spy. Eind 2013 kwam onder zijn leiding ‘l’Hopital dans le village’ uit, een bundeling van getuigenissen en overpeinzingen over de ontmoetingen en incidenten die zich in en rond de instelling voordoen.
Dat er zorg gedragen wordt om een plaats voor het onvoorziene te vrijwaren, vraagt van eenieder die er werkt en leeft om telkens een particulier antwoord of reactie te geven op het onbegrijpelijke, het brute, het vreemde, …., en dit ‘sans filet’. Opvoeders, buren, ouders, directeur, supervisor, …, komen bij dit werk en in het boek aan bod in hun wedervaren, creativiteit, lijden, kritische bevraging, .... Zoals de titel suggereert, is deze instelling echt ingebed in het dorp, in uitwisseling met het dorp en haar inwoners en maakt dit deel uit van de therapeutische effecten die een verblijf in les Goélands voor de kinderen en jongeren kan ressorteren. Dit verloopt niet zonder slag of stoot, maar verrijkt ook vaak het leven van alle betrokkenen en het leven in het dorp.
De lezing van Francis Turine en zijn vrouw, Pascaline Etienne, die er als opvoedster eveneens jarenlang werkte, belooft een sprankelende namiddag te worden waarop we een inkijk krijgen in hoe het gedachtengoed van de Institutionele Psychotherapie in les Goélands leeft. Dat het soms een bijzondere maar boeiende uitdaging kan zijn om ook voor autistische kinderen of jongeren ‘het dorp te laten binnen komen in het ziekenhuis’ krijgt daarbij bijzondere aandacht. Zowel voor zij die willen kennis maken als zich verder willen verdiepen en laten inspireren in de onderwerpen van ‘autisme’ en ‘institutionele psychotherapie’ is deze lezing een absolute aanrader!
Lezing in het Frans.
* 23 april 2016
"De kliniek van de archaïsche angsten vanuit het dagdagelijkse"
Freek Dhooghe
Dat het dagdagelijkse een concept wordt in het werk met mensen die lijden aan archaïsche angsten lijkt evident aangezien het evidente dagdagelijkse voor hen haar kleur, motivatie, plezier vaak helemaal heeft verloren. Het is één zaak om dit vanzelfsprekend te vinden, het is nog een heel andere zaak om dit elke dag vorm te geven, en het leven, het levendige, een zekere tonaliteit aanwezig te krijgen in een instelling. Dit verkrijg je niet door het rechtstreeks op te roepen: wees levendig, wees aanwezig en bereikbaar. Maar hoe dan wel? Aan de hand van enkele klinische vignetten, dagdagelijkse gebeurtenissen, concepten en hypotheses over wat archaïsche angsten doet met mensen proberen we een getuigenis te geven vanuit een concrete kliniek in een therapeutische gemeenschap. Hierbij worden concepten als het collectieve, vervreemding, ontmoeting, de forische functie, het contactuele, desinstitutionalisering, begrenzing, het pathische, de beslissing gebracht vanuit een praxis, een articulatie van dat denken met de concrete klinische praktijk en omgekeerd. (Freek Dhooghe)
Lezing in het Nederlands.
* Zaterdag 4 juni 2016
Marie-Christine Laznik
Deze dame, die mede gevormd werd door Lacan, slaagde erin te Parijs een ambitieus klinisch project te realiseren, dat tevens ingebed is in een wetenschappelijk onderzoek: via het vormen van heel wat kinderartsen, worden baby’s die tekenen vertonen van problemen in het contact tijdens de eerste weken/maanden doorverwezen naar de dienst van Laznik. Indien de ongerustheid terecht is, wordt intensief ingezet op het alsnog contact met de baby proberen krijgen en het ondersteunen en hierbij betrekken van de ouders. Zo wordt het verzinken in autisme voorkomen of zelfs teniet gedaan. Ze maakt zich sterk dat in de meeste gevallen de noodzaak tot een latere intensieve psychiatrische behandeling of -levenstraject op deze manier vermeden kan worden. In tegenstelling tot het vooroordeel dat t.a.v. psychoanalytici nog altijd sterk leeft (dat ouders door hen de schuld zouden krijgen van het autisme), heeft ze veel oog voor het beproevende effect dat een autistische baby/kind op zijn ouders kan hebben en benadrukt ze het belang van het ondersteunende werk met hen.
We zijn benieuwd naar hoe ze via het concept van de ‘tresses borroméens’ (i.p.v. le noeud borroméen) komt tot het onderscheiden van 6 punten waar de vervlechting van het reële, imaginaire en symbolische anders kan liggen dan in de neurose, en die elk met een andere vorm van autisme of psychose samen hangen.
Geïnteresseerden in (het werken met) muziek, de stem, ritme, de prosodie in het spreken, ... komen eveneens aan hun trekken.
- Lezing in het Frans.
- Verwacht een erg klinische lezing, met veel videomateriaal over haar werk met baby's en hun ouders.





_____________________

2014-2015
SPECIFICITES DU TRANSFERT

Zaterdag 20 december 2014
Pierre Marchal (Association freudienne de Belgique)
Transfert, Identification et Objet. Qu'en est-il de la fin de la cure ?
Comme l’annonce le titre de mon intervention, c’est la question de la fin de la cure que je tente d’aborder aux travers des trois dimensions du transfert, de l’identification et de l’objet.
Cela fait partie de la Vulgate psychanalytique que de parler de l’issue de la cure en termes de « résolution du transfert » et de « traversée du fantasme ». Je me propose de reprendre ces deux formules pour en repérer l’origine freudienne et leur devenir dans la reprise de Freud par Lacan. Se dégagera, je l’espère, l’importance de la question de l’identification : la fin de la cure ne peut se résumer en une identification au moi fort de l’analyste, comme le pensaient la plupart des postfreudiens, comme l’a montré Lacan en distinguant les trois indentifications : réelle, symbolique et imaginaire. Ce rappel débouchera sur le rôle central qu’y joue l’invention lacanienne de l’objet petit a et ses déclinaisons.

Zaterdag 28 februari 2015
Jean Florence (Belgische School voor Psychoanalyse)
Transferts et transfert
Le pluriel et le singulier pour signifier la dispersion de cette réalité humaine fondamentale que la psychanalyse a reconnue dès son origine, dans le travail du rêve et toutes formations de l'inconscient, dans la clinique où est à rencontrer et à penser son hétérogénéité.

Zaterdag 21 maart 2015
Joris De Bisschop (Clinique de La Borde)
Het enten van de overdracht binnen de psychose

Zaterdag 25 april 2015
Martin Pétras (Questionnement Psychanalytique)
Les entretiens préliminaires, le transfert et le conflit psychanalystes/psychothérapeutes

__________________________________________

2013-2014
"ANALYSANT WORDEN?... ANALYTICUS WORDEN?"

"Analysant worden? … Analyticus worden? …” Men zou gemakkelijk een aantal vanzelfsprekendheden kunnen debiteren over deze twee vragen. Vooreerst lijkt de richting duidelijk: eerst de positie van analysant innemen, nadien kan men analyticus worden. Men neemt de positie van analysant in wanneer men, op de breuklijn van preliminaire gesprekken naar eigenlijke analyse, op de sofa gaat liggen en vrij associeert. De overgang is daarmee concreet materialiseerbaar. Wil men analyticus worden, dan dient men naast een theoretisch parcours doorheen seminaries en cartels de eigen analyse tot een eindpunt gebracht hebben. Wanneer dat het geval is, kan men vervolgens achter de sofa plaatsnemen en de positie van analyticus innemen.
Is dit alles echter wel zo evident? Heel wat vragen en paradoxen duiken immers op, niet in het minst de volgende: een analyticus kan niet zonder voorafgaande eigen analyse, maar de loutere vraag naar een analyse om analyticus te kunnen worden, is geen voldoende toegangspoort. Het stelt de vraag op scherp wat de positie van analysant precies is: wat in de vraag van een subject stelt hem of haar in staat om deze positie in te nemen, en aldus de analyse te kunnen starten? Komt men wel altijd toe met een vraag naar analyse? Vervolgens betitelt Lacan de inname van de positie als analyticus als een sprong, niet vatbaar als een becijferbaar moment in een gestructureerde opleiding. Hij ontwierp zelf de procedure van de ‘passe’ om iets te weten te komen over deze enigmatische overgang en het verlangen dat daar aan het werk is.
Aldus kunnen er heel wat vragen gesteld worden over het specifieke van zowel de positie van analysant als deze van analyticus. Binnen het Gezelschap willen we dit werkjaar deze vragen in het centrum van ons werk plaatsen – ondermeer via een lezingencyclus. We hebben daartoe verschillende analytici uit andere verenigingen uitgenodigd om daarover met ons van gedachten te wisselen.
Bovendien lijkt de opeenvolging in de vragen een noodzakelijkheid te insinueren die er geenszins is. Is de positie van analyticus werkelijk de bekroning op het werk in de analyse? Er zijn gegronde redenen om eraan te twijfelen! In de concrete klinische praktijk sluiten heel wat analysanten hun analyse af, zonder die positie in te nemen. Ook theoretisch is er ruimte voor enige bedenkingen. Waar men dat wel doet, is het evenzeer duidelijk dat dit geen vloeiende overgang vormt, maar – doorheen een aantal heen- en weerbewegingen – steeds ook van de orde van een sprong is. Wat die sprong precies behelst, is moeilijk te vatten. Lacan trachtte daarover meer te weten te komen via zijn procedure van de ‘passe’ – waarvan hij evenwel reeds in de jaren ’70 zei dat ze een complete mislukking was. Het is daarbij opmerkelijk dat hij in zijn zoeken het accent verlegt: waar de ‘passe’ aanvankelijk iets moest tonen van de sprong die gemaakt was, wat voorbij was dus, gaat hij later de vraagstelling verschuiving naar wat ze voor nieuw inaugureert. Het gaat niet meer over een afsluiten, maar over het openen van iets nieuw.

Zaterdag 12 oktober
- Franz Kaltenbeck (Aleph - Lille) - De la passe.
Franz Kaltenbeck publiceerde onlangs in het Duits een bundel van eerder verschenen franstalige artikels in het boek: 'Lesen mit Lacan. Beiträge zur Psychoanalyse'.  De korte samenvatting op Amazon.de:

Es gibt wohl kaum einen zeitgenössischen Psychoanalytiker, der in Lehre und Forschung vielfältiger wirkt als Franz Kaltenbeck. Mit diesem Band wird das Denken Kaltenbecks, der vor allem im französischsprachigen Raum publiziert hat, einem deutschsprachigen Publikum zugänglich gemacht. Er umfasst, zum großen Teil in deutscher Erstveröffentlichung, psychoanalytische Beiträge aus den Jahren 1978 bis 1990, z. B. zu Freud, Miller, Poe oder Joyce und vor allem zu bzw. mit Lacan. Kaltenbeck selbst stellt das Konzept seiner hier versammelten Texte wie folgt vor: Lesen ist mehr als ein Mittel, Wissen aufzunehmen. Es kann eine Übertragung zwischen dem Autor und dem Leser knüpfen. In der Psychoanalyse hat es eine andere Funktion als an der Universität, denn das in der Analyse erworbene Wissen kann nicht herrschen. Der Diskurs des Analytikers setzt das Wissen auf den Prüfstein der Wahrheit.
Lacan verdichtete oft ein beträchtliches Wissen nur auf einer Zeile seiner Schriften, zog aus Freuds Massenpsychologie und Ich-Analyse 'einen einzigen Zug' und erhellte mit ihm seinen Begriff der Identifizierung.
Ich wollte, dass er mir beim Lesen über die Schulter schaue und mir heimleuchte, dahin, 'wo es war '. So weit zum Titel. Dieses Buch enthält eine Reihe von Aufsätzen, die ich zum Teil noch während meiner beiden Lehranalysen und meiner Lehrjahre in einer großen psychoanalytischen Schule geschrieben habe. So lässt es sich auch als eine Art Bildungsroman lesen. Ich wollte z. B. wissen, warum Freud in einem Brief an Fliess Wilhelm Jerusalem erwähnt, dessen Einleitung in die Philosophie in den sechziger Jahren des vorigen Jahrhunderts von allen guten Wiener Antiquariaten angeboten wurde, nicht aber seine Urteilsfunction, um die es Freud ging.
Auch mehrere von Freuds Schülern hatten großen Einfluss auf mich: so etwa Sándor Ferenczi oder Karl Landauer, ein in Bergen Belsen umgekommener Schülers Freuds. Drei Texte in dem Band geben Zeugnis ab von meinem Engagement hinsichtlich der Fragen Lacans zur Institution der Passe und von meiner Auseinandersetzung mit Jacques-Alain Miller, was Deutung und Forschung in der Psychoanalyse betrifft.
Eine Reihe von kritischen Texten beschließt diesen Band. Dabei wird aufgezeigt, dass Joyce bereits im Ulysse Genießen und Sprache ver flicht und Stifter im Nachsommer wie kein anderer Melancholiker den Blick zu Ungunsten der Stimme überdimensioniert. Dem Dichter Reinhard Priessnitz unterstelle ich, dass er schon im Jahre 1978 die Entfremdung und Trennung für seine Poesie einzusetzen wusste und doch Lacans Theorie dieser beiden Operationen, die das Subjekt verursachen, noch nicht kannte.

Zaterdag 7 december - Sylvie Sesé-Leger (SPF, Paris)
Sylvie Sesé-Leger brengt een getuigenis vanuit haar ervaringen als passante, passeur en als lid van diverse jury's van de passe, startend bij haar ervaringen in de toenmalige Ecole freudienne de Paris. Ter lectuur haar recent uitgegeven boekje 'Mémoire d'une passion, Un parcours psychanalytique' (2013), en 'L'Autre feminin' (2008).

Zaterdag 8 februari - Pierre Smet (Acte Analytique, Brussel) - 'Zich autoriseren tot...'
Pierre Smet zal ons onderhouden rond Lacans stellingname van het 'Zich autoriseren tot...' (« le psychanalyste ne s'autorise que de lui-même (et de quelques autres)». Verdere info : Folder en orienterende tekst. Aanvullende referenties J. Lacan: 'la proposition du 9 octobre 1967' (eerste en tweede versie) en 'la note italienne' (1973).

Zondag 10 mei -Trees Traversier (BSP-EBP)


__________________________________________


2012-2013
“HET EXCESSIEVE IN DE MENS”

De mens wordt vaak omschreven als een wezen van uitersten: liefde en haat, blijdschap en verdriet, wreedheid, schoonheid, hoop en wanhoop, … De media spelen er vaak gretig op in, waarbij men maar al te graag de concrete uitingen van deze menselijke uitersten in de verf zet: nu eens geschokt omwille van een ‘ontluisterende’ situatie, op een ander moment verstild in beate bewondering. Tegelijk heerst er even frequent een heftig (excessief?) verlangen naar evenwicht, het ‘juiste’ middelpunt, naar harmonie - daarbij ondersteund door allerlei praktijken die dit als belofte promoten.
Zowel het zogenaamd excessieve als de hoop dit te kunnen temperen tot een harmonieus evenwicht behoren als het ware tot de hedendaagse “psychopathologie van het alledaagse leven”. Ze verschijnen echter evenzeer in de kliniek van verslavingen, eetstoornissen, automutilatie en dergelijke meer. Het wekt dan ook geen verwondering dat deze bij uitstek menselijke fenomenen een plek opeisen in de klinische praktijk.
Dit roept de vraag op hoe de psychoanalyse dit kan ontvangen en beluisteren. Kan ze daarin een andere weg aanwijzen – een weg die het excessieve niet beschouwt als een uitwas ten aanzien van een vermeend ‘normaal’ gemiddelde? Is voor de psychoanalyse het excessieve niet het menselijke kenmerk bij uitstek? In het licht van deze vraag leek het ons dan ook interessant om met de lezingencyclus van dit jaar dit thema centraal te stellen. De drie uitgenodigde sprekers zullen dit elk vanuit hun eigen particuliere invalshoek benaderen.

Vooreerst komt Alain Didier-Weill op zaterdagnamiddag 8 december 2012 spreken over het excessieve van het Reële als dat “wat niet ophoudt zich niet te schrijven” – een voordracht getiteld L’intraductible (14u30, Geuzenhuis (Gent))De dag nadien, zondag 9 december 2012, voorzien we een ochtendmatinee (10u30) over diens boek Un mystère plus lointain que l’inconscient (2010). De bedoeling is om rechtstreeks met de auteur in dialoog te gaan. Alain Didier-Weill is immers een bijzonder boeiend man, met reeds een heel parcours binnen en buiten de psychoanalyse. Van oorsprong psychiater was hij Analyste Membre de l’Ecole van Lacans Ecole freudienne de Paris. Op Lacans vraag bracht hij ook verschillende bijdragen tijdens diens seminarie. Na Lacans dood zal hij een aantal analytici bevragen over hun verhouding tot Lacan – wat zijn neerslag vindt in twee interessante boeken (Quartier Lacan & Travailler avec Lacan).
Hij was tevens medestichter van het Inter-Associatif Européen de Psychanalyse, Le Coût freudien en de Mouvement Insistance – een beweging die analytici en kunstenaars verenigt. Met deze laatste referentie opent zich trouwens een venster op een heel ander parcours van Alain Didier-Weill, met name zijn creaties als theaterschrijver en filmmaker.

Begin volgend jaar, op zaterdag 19 januari 2013, neemt Manuelle Krings de fakkel over, met een ondervraging van het excessieve in politiek en ethiek: La politique de santé mentale excède-t-elle l’éthique analytique? (14u30, Geuzenhuis (Gent)). Manuelle Krings is als analytica lid van de Forums de Champ lacanien de Wallonie (Liège). Gegrond in haar jarenlange samenwerking met Christian Demoulin schreef ze ondermeer een heel mooi nawoord in zijn posthume boek Se passer du père? Ze evoceert er treffend zijn stijl als analyticus en lesgever, als uitingsvorm van zijn particuliere invulling van le désir de l’analyste.

Tot slot zal Rik Loose op zaterdag 4 mei 2013 het excessieve terug naar de klinische praktijk leiden, vanuit de vraag van de stemmingsstoornissen: Excessive moods: a question of de-regulation?(14u30, Europahotel (Gent)). Het analytische parcours van Rik Loose bracht hem doorheen verschillende landen uiteindelijk naar Ierland, waarbij hij vooral bekendheid verwierf met zijn onderzoek naar de verslaving – ondermeer uitgewerkt in zijn boek The subject of addiction. Psychoanalysis and the administration of enjoyment. Dat hij zich echter niet zomaar tot dit ene thema beperkt moge het onderwerp van zijn lezing duidelijk maken.
Hij is tevens docent aan de Dublin Business School of Art en medestichter van ICLO-NLS (Irish Circle of Lacanian Orientation of the New Lacanian School) en van APPI (Association of Psychoanalysis and Psychotherapy of Ireland).

De lezingen staan open voor iedereen. De toegangsprijs voor de lezingen bedraagt 8 Euro (5 Euro voor studenten en leden van het GPP, gratis voor wie een volledige inschrijving heeft aan het Vormingsinstituut van het GPP). Voor de ochtendmatinee met Alain Didier-Weill wordt wel gevraagd op voorhand in te schrijven (els.therssen@pandora.be).

 

laatste update: 10/10/2016

 
 
end_page