Ter situering
 
Het GPP als vereniging wil niet als een gesloten, opgesloten of defensieve vereniging zijn leden binden. De bindingen van ieder van ons met de vereniging, delen van de vereniging, cartelgenoten of in toevallige studiedag-ontmoetingen getuigen van een vrijmoedigheid. Het is de verantwoordelijkheid voor de individuele leden dit parcours uit te bouwen. Deze vrijmoedigheid kan vervallen in lankmoedigheid: de bindingen kunnen leiden tot ontbinding. Vandaar is het nodig ook als vereniging contacten te onderhouden met andere verenigingen.
Als men het landschap overschouwt zijn er dan twee mogelijkheden om zich te verenigen als verenigingen vorm te geven, en dit op het vlak van lidmaatschap, vorming, samenkomen, bestuur, initiatiefname en hiërarchie:
- Er zijn verenigingen die kiezen voor een strak georganiseerde en georkestreerde manier: bijv. IPA, ECF, ...
- Er zijn verenigingen die kiezen voor een los verband: bijv. I-AEP, Cartels Constituants de l'analyse Freudienne, ...
Indien het GPP als vereniging het accent wil leggen op de individuele verantwoordelijkheid van hen die met de psychoanalyse willen bezig zijn in hun klinisch werk of werk zonder meer, dan merken we dat we eerder aanleunen bij het tweede soort van verband. In deze optie werd gekozen voor het I-AEP, omdat die zich steeds beroepen op een "inter" eerder dan een aparte vereniging te vormen. Dit is nog steeds de wens van het "inter", zelfs al is het nu zo dat administratief het Inter-associatife inderdaad een vorm heeft gekregen om haar stem ook in de sociale interacties te laten horen.
Uiteraard neemt deze keuze niet weg dat ontmoetingen met andere verenigingen binnen het GPP of vanuit het GPP niet ondenkbaar zijn, zelfs niet met met verenigingen die zich strakker in hun organisatie opstellen. We denken bijvoorbeeld aan de discussiefora rond de erkenning van de therapeutisch behandeling in België. Maar zeker blijft het steeds mogelijk dat men met een open geest denkers over het psychoanalytische gedachtegoed kan uitnodigen binnen de schoot van het Gezelschap.
 
I-AEP
 

Het Gezelschap voor Psychoanalyse en Psychotherapie engageert zich aldus in het Europees Inter-Associatief voor Psychoanalyse, het I-AEP (=Inter-Associatif Européen de Psychanalyse).
Het doel van dit Inter-Associatief is de uitwisseling tussen verschillende psychoanalytische verenigingen. Op deze manier hopen we ons open te stellen voor andere invloeden en tezelfdertijd een netwerk uit te bouwen. Het I-AEP was aanvankelijk een losse vereniging die enkel bestond op de momenten dat ze zich vrijwillig verenigde tot op de datum van 16 november 2013. Na jaren naar elkaar toegegroeid te zijn werd zij een statutaire vereniging om in het wetgevende landschap (actueel door allerlei wetgeving) een officiële stem te kunnen laten horen.

De coördinatievergadering komt vier maal per jaar samen. Zij bestaat uit de afgevaardigden van de verschillende verenigingen. Alle leden van de aangesloten verenigingen kunnen deze coördinatievergaderingen bijwonen. De taken van de coördinatie zijn de contacten, het ondersteunen van politieke acties ter ondersteuning van het statuut van de psychoanalyse, het voorbereiden van de seminaries en het onthaal van nieuwe verenigingen. Elke vereniging heeft, ongeacht het aantal leden, één stem. Tweemaal per jaar wordt door één of meerdere van de aangesloten verenigingen een seminarie georganiseerd. Meer info vind je op www.iaep.eu.

Op heden bestaat het I-AEP uit de associatie tussen volgende verenigingen:
- Acte Psychanalytique (http://www.acte-psychanalytique.org/)
- Analyse Freudienne (
http://analysefreudienne.net/)
- Cartels Constituants de l’Analyse Freudienne (
http://www.cartels-constituants.fr/)
- École Belge de Psychanalyse - Belgische School voor Psychoanalyse (
http://www.bsp-ebp.be/)
- Errata
- Espace Analytique (
http://www.espace-analytique.org/)
- Gezelschap voor Psychoanalyse en Psychotherapie (
www.gezelschap.be)
- Groupe Antillais de Recherche, d’Etudes et de Formation Psychanalytique
- Groupe d’Études Psychanalytiques de Grenoble
- Insistance (
http://www.insistance.org/)
- Mouvement du Coût Freudien
- Le Point de Capiton (http://www.le-point-de-capiton.net)
- Psychanalyse actuelle (
https://sites.google.com/site/psychanalyseactuel/)
- Le Questionnement Psychanalytique (
http://www.questionnement.be/)
- Séminaires Psychanalytiques de Paris (
http://www.seminaires-psy.com/)
- Sotto la mole (
http://www.psicoanalisisottolamole.com/)

Agenda I-AEP activiteiten voor 2017-2018

Coördinatievergaderingen I-AEP
Voor drie deelnemers is steeds reis en verblijf gesubsidieerd door het GPP.

- 4 & 5 februari 2017, in Parijs
- 20 & 21 mei 2017, in Parijs

Seminaries I-AEP

- 3 & 4 juni 2017, in Gent !!
Tout le monde délégué!: Waarom en hoe zich verenigen tot een psychoanalytisch collectief?
Seminarie van het GPP en het I-AEP
in het Geuzenhuis

* Argument voor dit seminarie

Serge André heeft een boek geschreven met als titel: "Devenir psychanalyste et le rester". Hoe dit "devenir psychanalyste" denken? Zeker niet zoals het worden van een notaris, bakker, etc. Psychoanalyticus worden is niet zoals het aanleren van een beroep. Indien wij al iets leren in de positie van psychoanalyticus, door het beluisteren van het spreken, dan is het een ‘niets’ dat valt in de dialectiek tussen de overdrachtelijke mislukking en het subjectieve slagen. Dit betekent evenveel als het gegeven dat wij telkens, in elke nieuwe kuur, ons verlangen als analyticus moeten hernemen: telkens moeten wij het object a opnieuw vinden. Elke analyse komt dus neer op het "(opnieuw) analyticus worden".

Dan stelt zich de vraag hoe het zit met het "analyticus blijven". Is deze vraag overbodig, gezien de dynamiek van het "psychoanalyticus worden"? Men zou kunnen denken dat "psychoanalyticus zijn" zich slechts grondt in de uitwisseling met de analysant. Maar Freud is duidelijk met betrekking tot dat onderwerp. Voor hem is de psychoanalyse een praktijk, maar ook een theorie die onderwezen wordt – en die men kan ondervragen.

Daarenboven zijn er twee problemen die zich stellen aan de psychoanalyticus in de positie van het "Il y a de l’Un" (en wij moeten daar aan toevoegen : "et quelques autres"). Moeten wij de spiegeling van het narcisme niet vrezen? Als wij de psychoanalytici erop betrouwen dat zij hun eigen narcisme bewerken, moeten wij dan niet vrezen voor de mislukking van het dialectisch proces, zoals hierboven werd omschreven, in plaats van het subjectieve slagen ? Dan is er nog een tweede opmerking. We kunnen niet ontkennen dat de eenzaamheid een rol speelt in de positie van de analyticus. Het ‘colloque singulier’ is niet eenvoudig om te (ver)dragen. De veelvuldige, soms complexe (zeker indien men in een team of een instelling werkt), kunnen het verlangen van de Ander op het spel zetten – en dat van de analyticus. "Analyticus blijven" is niet vanzelfsprekend.

Aangespoord door deze moeilijkheden dient de mogelijkheid tot een vraag naar hulp zich aan. Eén mogelijke oplossing is dat men zich aansluit bij een collectief. Op die wijze kan de dialectiek van het "analyticus worden" overgaan in de dynamiek van de groep.

Late wij niet vergeten dat deze dynamiek van de groep soms verschilt van het verlangen van de analyticus. Soms treffen wij in de groep een agressiviteit aan. Deze agressiviteit toont zich dan in de theoretische ver- of geschillen, die in sommige gevallen kunnen overgaan in discussies of zelfs splitsingen binnen de verenigingen zelf. Soms vertrekt een lid met of zonder slaande deuren. Soms vindt er een splijting plaats, en spreken hierdoor de twee opdelingen van een vereniging niet meer met elkaar en accepteren zij elkaars werk niet meer. Soms krijgen we een diaspora.

De dynamiek van de groep kan zelf voor moeilijkheden zorgen. Er zijn leden die een vereniging aanhangen omwille van hun verlangen om te werken met de psychoanalyse, zonder dat zij daarom een verlangen koesteren om psychoanalyticus te worden. Er zijn verenigingen die gebouwd zijn op een orthodoxie, en er zijn anderen die het goud van de psychoanalyse willen vermengen met het koper van de psychotherapie. Vervolgens zijn er ook verschillende wijzen om zich te verenigen. Er zijn groepen met een minimalistische structuur, met een niet-hiërarchische structuur of zelfs met een vleugje anarchisme. Maar er bestaan ook verenigingen met een bijna militaire structuur. Tussen deze twee extremen vinden we een heel gamma aan vormen van vereniging. Wij besluiten hieruit dat de agressiviteit zich niet enkel voedt met de verschillen aangaande het verlangen van de analyticus, maar ook deze aangaande de verschillende posities van de psychoanalytici ten aanzien van hun vereniging, welke de vorm of ontwikkeling van die vereniging ook weze.

Het klopt dat er verenigingen bestaan die de destructieve effecten van het imaginaire producties in de kiem smoren, maar deze effecten zijn nooit volledig te vermijden. Laten we zelfs stellen dat het de imaginaire crises binnen de verschillende groepen zijn die nieuwe manieren van werken uitlokken.

Het I-AEP is steeds de plek geweest waar wij de dialoog tussen de verschillende verenigingen hebben kunnen ondervragen, en dit via de 'délégués'. De vraag die wij met dit seminarie willen aanvatten is de volgende: Is men niet steeds 'délégué' van zijn vereniging ? Dat elkeen zijn eigen redenen heeft om zich aan te sluiten bij een psychoanalytische vereniging ontslaat niemand van het feit dat men steeds vertegenwoordiger is van zijn vereniging, en dit vanaf het moment dat hij zich aansluit . Welnu, wat brengt een lid binnen in zijn vereniging ? Zijn onzekerheden ? Zijn toektocht naar een Ik-ideaal ? Zij verlangen tot erkenning ? En wat haalt elk lid uit zijn vereniging ? Heeft het lid zijn van een vereniging een impact op het klinische werk ? In dit seminarie zal het gaan over de uitwisseling tussen de vereniging en de wereld waarin zij bestaat – een waarvan elk lid een membraan vormt, doorlaatbaar of niet.

* Thema's van de werkgroepen (voor zaterdagnamiddag 3 juni 2017)

1.
Zich verenigen, zich als vereniging manifesteren ten opzichte van andere verenigingen. Men kan zeggen dat dit een borstwering opwerpt tegen het narcisme van de psychoanalyticus. Psychoanalyse is geen individualistisch gegeven, het ent zich in een cultuur (Das Unbehagen), het ent zich in een vertoog (Discours analytique): het psychoanalytisch verlangen is een persoonlijke autorisatie, maar enkele anderen daarbij zijn wel noodzakelijk.
Men kan zich wel de vraag stellen in welke mate de instrumenten voldoende zijn.  Zijn er niet immers egocentrische psychoanalytici die zich als ‘leider’ opwerpen in een vereniging en op deze wijze hun individualistische keuzen verder zetten?  Zijn er geen psychoanalytici die zich als specialisten opwerpen en op deze wijze een bevoorrechte positie opnemen in het vertoog dat zich organiseert in een vereniging?
Is de vereniging en de delegatie echter het enige instrument om het narcisme van de psychoanalyticus in te perken?  Men is uitgenodigd deze borstweringen te bevragen en om voor psychoanalytici creatieve voorstellen of alternatieven op zich verenigen en contacten via delegaties voor te leggen.

2.
Kunnen we déléguées zijn ?  Waarmee we niet bedoelen in vraag te stellen hoe een délégué al of niet democratisch ge(-ver-)kozen wordt.  We willen vooral onderzoeken in welke mate dat het verlangen van de psychoanalyticus zich verhoudt ten opzichte van het verlangen van délégué.  Als je als délégué te horen krijgt (van de directeur, van het bestuur van collega’s) dat best zelf beslist of een bepaald voorstel in een contact met andere verenigingen al of niet goedgekeurd wordt, wie vertegenwoordig je dan nog?  En hoe zit het met uw verlangen als analyticus als je iets moet verdedigen dat je niet wil? Geen délégué meer zijn?

3.
Wat verandert er bij een iemand die lid wordt van een vereniging of ervan délégué wordt? Laten we vooral de vraag stellen wat een positie in een vereniging of het handelen als vertegenwoordiger van een vereniging met een praktijk doet? Zegt men dat aan zijn patiënten ?  Zegt men dat men met collega’s over hem/haar spreekt?  En doet het iets – of men dat nu al of niet zegt – met de relatie tot die patiënt? Wie wil hierover getuigen?




--> Uiteraard is de meest recente update van info te vinden op de website van het I-AEP, zijnde http://www.iaep.eu


Laatst aangepast op 18/04/2017
 
 
end_page