Atelier voor Psychoanalyse
 
 
 

ATELIER VOOR PSYCHOANALYSE
Zaterdag 17 september 2016
het Geuzenhuis, Gent
Het Unheimliche, het Vreemde, het Andere

Situering

Enkele jaren geleden nam het Gezelschap een belangrijke beslissing. In plaats van iemand in een lijst op te nemen of de titel van analyticus toe te kennen, werden dispositieven ontworpen om zo open mogelijke vragen te kunnen stellen over het innemen van de analytische positie. Twee forums om het spreken over die positie te proberen faciliteren, waren het atelier voor psychoanalyse en de interne karteldag. Vorig jaar werden beide initiatieven in elkaar geschoven en ontstond het atelier voor psychoanalyse in de vorm waarin het toen doorging en waarin het ook dit jaar zal doorgaan.

Natuurlijk heeft iedereen die analytisch werkt de verantwoordelijkheid dit werk fundamenteel en blijvend te bevragen. Er zijn ook momenten en ruimten om dat te doen; de eigen analyse, de supervisie, gesprekken die eventueel deel uitmaken van een procedure, zoals de erkenning tot psychoanalytisch psychotherapeut, of zoals een passe.

Naast deze individuele spreekruimten en –momenten, wil het Gezelschap als vereniging echter ook een forum bieden om een dergelijk ondervragend spreken ook collectief een plek te geven. De zoektocht naar zo’n forum heeft de vermelde experimenten van de voorbije jaren opgeleverd. Daaraan willen we dit jaar een vervolg geven in een verdere poging aan het werk te gaan met het vraagstuk van de analytische positie, en dat in de schoot van de vereniging. Voorbij het spreken tegenover een analyticus (in de analyse of de controle) streven we dus naar een uitwisseling tussen leden van onze vereniging.

Om echter niet enkel op onszelf terug te plooien, blijft het principe van heterogeniteit en een link met het externe van de vorige edities behouden. Opnieuw zullen analytici van andere verenigingen ons spreken beluisteren.

Het appel doen op dat heterogene was ook voordien een van de oriënterende principes, naast het idee dat de focus ligt op de effecten dat het spreken op het eigen subject heeft, zonder een of andere vorm van externe Bejahung oferkenning door anderen. Wie al heeft deelgenomen aan de eerste interne karteldag (over het eigen parcours en de analyse die leidden tot het innemen van de analytische positie) of aan het atelier vorig jaar (over het opduiken van de overdracht in de kuur), heeft ervaren hoe het eigen spreken – ook in dit dispositief - een heel particulier effect kan sorteren.

Het is daarop dat de klemtoon ligt, en niet op het toegekend worden van een titel. Dit valt buiten het opzet van het atelier. Tegelijk wordt er ook geen titel vereist om deel te nemen. Het atelier staat open voor alle leden van het Gezelschap die klinisch werken, of zij nu de erkenning van psychoanalytisch therapeut hebben of niet, of zij al jaren werken of pas beginnen, of dat werk in de privépraktijk of de instelling gebeurt, ... Uiteraard wordt iedereen wel gevraagd een eigen bijdrage te leveren en zo actief deel te nemen.

De openingslezing wordt verzorgd door Lut De Rijdt. Na deze 'ouverture' over het Unheimliche, dat dit jaar het werkthema vormt, worden kartels en plus-uns geloot. We beschikken over vier plus-uns uit externe verenigingen: Trees Traversier (Belgische School), Guy Mertens (Questionnement Psychanalytique), Michel Heinis (Association freudienne de Belgique) en Lut De Rijdt. Na het werken in de kartels zijn de plus-uns aan het woord in een plenum en volgt nog een discussie met iedereen.

Dagindeling

Het atelier gaat door in het Geuzenhuis (Kantienberg 9, 9000 Gent) op zaterdag 17 september 2016.

9u00              Onthaal

9u30              Openingslezing door Lut De Rijdt

10u15            Loting van de kartels met hun plus-un

10u30            Werk in kartel (per kartel krijgt iedereen de tijd om zijn eigen bijdrage te brengen, gevolgd door een discussie binnen
het kartel zelf – de concrete invulling kan binnen elk kartel en samen met de plus-un afgesproken worden)

12u00             Lunch

13u00             Werk in kartel (verderzetting)

15u00             Koffiepauze/gedachtewisseling tussen de plus-uns onderling (de plus-uns kunnen zich op dat moment even terug trekken om van gedachten te wisselen over het werk in de kartels en wat dit opriep qua bedenkingen, vragen, verrassingen, …)

15u30             Bedenkingen vanuit de plus-uns (De plus-uns openen met hun bevindingen de discussie met de hele groep)

16u00             Discussie (plenair: bedenkingen en discussie op basis van het geleverde werk in de kartels, de openingslezing, …)

17u00             Afsluiting

Inhoudelijk thema

Of men nu de eerste stappen in de kliniek zet, of men vele jaren de stof van zijn anayticuszetel versleten heeft, blijft men niet gespaard van ontmoetingen met een patiënt die iets Unheimlichs in zich oproepen. Werken met en in de overdracht, of het nu in een instelling of in een ambulante praktijk is, gaat samen met momenten of periodes dat iets vreemds, iets anders in de patiënt ons zo treft dat het onbehagen, huivering, angst, teweeg brengt.
Het interessante aan het concept van het Unheimliche is zijn onvertaalbaarheid, maar ook zijn uitgesproken dubbelzinnigheid. Zo kan het verschijnen bij iets wat ons ogenschijnlijk onvertrouwd en beangstigend voorkomt, maar raakt het evenzeer aan iets intiems in ons dat het daglicht niet mag zien. In het Unheimliche dat ons vanuit de waanzin kan tegemoet komen bijvoorbeeld, stelt Freud dat men “geconfronteerd wordt met de manifestatie van krachten die men in zijn medemens niet heeft vermoed, maar waarvan men de impuls vaaglijk in verre uithoeken van zijn eigen persoonlijkheid kan bespeuren.” Het komt dikwijls op in het ontmoeten van ‘onze dubbele’, als een narcistisch object dat ons confronteert met- of getuigt van onze narcistische kwetsbaarheid. Het gaat gepaard met een psychische toestand waarin  het ik balanceert tussen perceptie en niet-waarneming, tussen rekening houden met het oordeel van de realiteit of ze ontkennen, tussen levend of inert (dood).
Hoe kunnen we die manifestatie van de rest van het onmogelijke reële van het onbewuste in ons laten werken en eventueel de bron laten zijn van iets nieuws, terwijl het iets is wat altijd aan ons zal blijven ontsnappen?
Indien we in de kliniek aan het werk zijn, dienen we ons bloot te stellen aan de ervaring van het onbewuste en blijven we dus in die zin kwetsbaar. Oog in oog of oor in oor met het vreemde in de ander kunnen we ons eigen vreemdheid herontdekken en kan ze een bron van creativiteit worden.
Ieder die zich dit jaar voor het atelier inschrijft, wordt uitgenodigd om te spreken over het opkomen van een Unheimlich gevoel in zijn/haar werk in de kliniek of over de confrontatie met het ‘radicale’ andere in het werken met patiënten. Hoe heeft dit eventueel het werken bemoeilijkt? Welke vertakkingen zijn er naar de eigen subjectiviteit? Zette deze confrontatie iets in beweging? Kon het eventueel uitmonden in iets van de orde van de creativiteit, iets nieuws, …, of bleef het eerder in het register van iets wat bleef ontsnappen?

Uitnodiging

Alle leden van het Gezelschap zijn van harte uitgenodigd voor het Atelier voor psychoanalyse, editie 2016. Zoals aangegeven is de enige vereiste daarvoor dat men zich waagt in het spreken over het eigen klinisch werk, en dus over zichzelf. Dit is, zoals elk spreken, niet zonder risico’s, maar wel zonder garanties. Zoals elk echt spreken kan het echter onverwachte en belangrijke effecten hebben, en dit zowel op het niveau van het eigen subject, als op het niveau van onze vereniging. Hopelijk ontmoeten we elkaar op het atelier.

Geïnteresseerden en/of deelnemers kunnen zich melden bij Dries Roelandts.

Archief
- 2015
In 2015 concentreerde het ATELIER VOOR PSYCHOANALYSE zich rond het vraagstuk van de analytische positie (argument en meer info vind je hier).


 
aangepast op 02/09/2016

 

 
end_page